Kaleien of papvoegen? Het verschil tussen twee ambachtelijke geveltechnieken

Wie de laatste tijd door onze projecten scrollt, ziet het steeds vaker terugkomen: gevels met een verweerde, ambachtelijke uitstraling. Twee technieken die daarvoor zorgen zijn kaleien en papvoegen, en al lijken ze op elkaar, het resultaat en de aanpak verschillen behoorlijk.

Kaleien
Bij kaleien wordt een dunne kalkpleister over de volledige gevel aangebracht. De steen verdwijnt grotendeels onder die laag, en er wordt gespeeld met de schaduw van de voeg en de structuur van de kalei zelf. Kaleien is oorspronkelijk ontstaan als renovatietechniek, en wordt daarom vaak toegepast op een nieuwe steen met verouderde vormen. Het resultaat: een matte, landelijke uitstraling die al eeuwenlang wordt toegepast, van boerderijen tot kerken.

Papvoegen
Bij papvoegen gaat het net iets subtieler. Hier wordt vooral rond de voegen gewerkt, met een dun laagje mortel dat licht over de steen wordt gestreken. De baksteen blijft grotendeels zichtbaar, maar krijgt een zachte, gesluierde waas. Papvoegen is ontstaan als verouderingstechniek, en wordt daarom meestal gecombineerd met recupsteen, voor dat authentieke en verweerde karakter. Het resultaat oogt klassieker en verfijnder dan kaleien.

Welke techniek past bij jouw project?
Welke techniek het best past, hangt af van het gewenste karakter van de gevel: landelijk en warm, of net wat strakker en tijdloos. Op beide technieken zijn nog heel wat creatieve varianten mogelijk, op maat van elk pand. Bij Inarto denken we hier graag over mee, van eerste schets tot de keuze van de juiste afwerking.

Met dank aan Kim van Roy, zaakvoerder bij KVR kaleien & voegen voor de vakkennis.